
De fotografie cursus! Check it out!
Breng je fotografie naar een hoger niveau! Met je nieuwe vaardigheden kun je straks foto's maken die je altijd al wilde maken.
Wat leer je in deze cursus?
Leer de basisprincipes van fotografie. Hoe geweldig zou het zijn om te kunnen fotograferen als een fotograaf en de controle over je camera over te nemen? Dat leer je in deze cursus! Deze cursus fotografie heeft een strategische structuur om alle basisprincipes van fotografie te leren.
Je krijgt toegang tot exclusieve video content, illustrerende animaties met extra uitleg,
individuele opdrachten om meteen jouw kennis en nieuwe vaardigheden toe te passen.
Kortom: je ontvangt een echt totaalpakket om next level te leren fotograferen!
Voor wie is deze cursus?
Deze les is geweldig voor een beginner die de camera en fotografie probeert te leren en te begrijpen. Je hebt alleen een DSLR of Mirrorless camera nodig.(Een smartphone/pocket camera is eventueel ook mogelijk) Het hoeft geen luxe camera te zijn! En het maakt niet uit of je geen of een beetje ervaring hebt, alle basics worden in deze cursus uitgelegd en helpen je om je fotografie naar een hoger niveau te tillen!
Met je nieuwe vaardigheden kun je foto's maken die je altijd al wilde maken.
Heel veel succes en bovenal plezier met het doorlopen van deze cursus! Zie ik je in de eerste les?
Roy Ensink
De Opdracht
Zoek een mooie buitenlocatie
Zet je camera op statief
Zet je camera in stand A en je diafragma op f11, dit omdat je dan een mooie scherpte diepte creëert. (Dit komt nog aan bod in deze module).
Maak met je camera foto’s, maar maak elke foto op een andere automatische witbalans-stand. Bekijk ook voor jezelf welke stand je het mooiste vindt bij deze setting.
Wanneer je dit gedaan hebt, ga je handmatig op zoek naar de juiste hoeveelheid Kelvin die past bij jouw beeld. Zoek dus net zolang tot je de juiste graden Kelvin gevonden hebt. Het kan een persoonlijke keuze zijn, mocht je bijvoorbeeld een iets blauwere of gele gloed mooi vinden in het werk dat je op dat moment maakt. Wees kritisch en kijk goed naar wat er gebeurt.
Witbalans is belangrijk om je foto in de juiste kleurstellingen te krijgen.
De juiste witbalans-instelling laat de foto met de juiste kleuren zien. Met de witbalans stel je dus de kleurtemperatuur in.
De kleurtemperatuur wordt ook wel uitgedrukt in graden Kelvin. Zo is 5500 graden Kelvin bijvoorbeeld de kleur van zonlicht.
Als je de witbalans niet goed hebt ingesteld, zal je foto óf geel (dus warmer) worden óf blauw (dus koeler) worden qua kleur.
Naast dat je de witbalans zelf manual met de graden Kelvin kunt instellen, heb je ook automatische standen.
Deze standen staan voor de situatie waar je je dan begeeft. Let op: de automatische standen zullen over het algemeen wel werken.
Af en toe moet je toch zelf de witbalans instellen of een andere automatische stand moeten proberen om de juiste kleurtemperatuur in jouw foto’s te krijgen.
Mochten je foto’s na een dag fotograferen een blauwe waas hebben, kan je dit altijd nog rechttrekken in een programma op de computer. Hierover meer in de les Lightroom.
‘Camera obscura‘ betekent vanuit het Latijns ‘donkere kamer’. Het is in essentie een afgesloten ruimte – klein of groot – waarin het binnenvallende licht omgekeerd op de tegenoverliggende wand geprojecteerd wordt. In principe is dit de basis van fotografie. Alleen is de kleine donkere kamer nu de camera zelf en is de andere kant van de ‘wand’ een lichtgevoelige sensor.
Van elk lichtgevend punt van het voorwerp gaan stralen uit. Omdat het gaatje zo klein is bundelt het licht en de scherpte zich. De stralen die door het gaatje gaan, tekenen allemaal een lichtpunt op de wand. De lichtstralen bundelen zich omdat lichtstralen niet kunnen buigen. Licht gaat altijd rechtdoor. In de fotografie krijg je daarom te maken met de ‘hoek van inval’ = ‘hoek van uitval’. Dit omdat licht reflecteert en dus altijd rechtdoor gaat.
Het diafragma is eigenlijk het gat in de lens. Het diafragma kan je groter en kleiner maken. Zo kun je meer of minder scherptediepte creëren en meer of minder licht toelaten op je lichtgevoelige sensor. Je hebt dus meer licht nodig als je een groter diafragma gebruikt.
Diafragma wordt altijd met de letter ‘f’ weergegeven.
Des te lager het getal is, des te groter het gat in je lens is (en andersom). Met bijvoorbeeld f2.8. creëer je dus weinig scherptediepte in je foto.
Hierdoor kun je bijvoorbeeld de ogen in een portret scherp krijgen en de achtergrond wazig. Dit effect is al sneller te creëren met een telelens in combinatie met een diafragma van f2.8 bijvoorbeeld.
Een diafragma van f11 creëer je meer scherptediepte mee. Zo kun je bijvoorbeeld de diepte van een straat of landschap beter en scherper vast leggen omdat je meer diepte in het beeld hebt.
Een stap hoger of lager gaan in je diafragma (van bijvoorbeeld f8 naar f11) heet ook een ‘stop’ omhoog of omlaag gaan.
Fotografie is de juiste balans zoeken met diverse ingrediënten.
De juiste foto creëer je door de juiste instellingen te gebruiken. Dit is een combinatie van o.a. sluitertijd, diafragma, ISO en witbalans.
De camera standen!
De camera body!
Het diafragma is eigenlijk het gat in de lens. Het diafragma kan je groter en kleiner maken. Zo kun je meer of minder scherptediepte creëren en meer of minder licht toelaten op je lichtgevoelige sensor. Je hebt dus meer licht nodig als je een groter diafragma gebruikt.
Diafragma wordt altijd met de letter ‘f’ weergegeven.
Des te lager het getal is, des te groter het gat in je lens is (en andersom). Met bijvoorbeeld f2.8. creëer je dus weinig scherptediepte in je foto.
Hierdoor kun je bijvoorbeeld de ogen in een portret scherp krijgen en de achtergrond wazig. Dit effect is al sneller te creëren met een telelens in combinatie met een diafragma van f2.8 bijvoorbeeld.
Een diafragma van f11 creëer je meer scherptediepte mee. Zo kun je bijvoorbeeld de diepte van een straat of landschap beter en scherper vast leggen omdat je meer diepte in het beeld hebt.
Een stap hoger of lager gaan in je diafragma (van bijvoorbeeld f8 naar f11) heet ook een ‘stop’ omhoog of omlaag gaan.
Fotografie is de juiste balans zoeken met diverse ingrediënten.
De juiste foto creëer je door de juiste instellingen te gebruiken. Dit is een combinatie van o.a. sluitertijd, diafragma, ISO en witbalans.
Als je in één van de automatische standen gaat fotograferen, moet je camera weten welke instelling hij moet weergeven. Je hebt verschillende standen om dit te kunnen meten.
Matrix: De camera meet een zo groot mogelijk gebied van de foto, dus de lichte en donkere tinten.
Centrumgericht: Met deze instelling meet de camera het gehele veld maar meet het grootste deel van middelste punt van de lens.
Spot: De camera meet een cirkel met een diameter van 4 mm (circa 1,5% van het beeld). De cirkel wordt op het huidige scherpstelpunt gecentreerd, waardoor het mogelijk is onderwerpen buiten het centrum te meten.
Op hoge lichten gericht: De camera meet het grootste gedeelte aan hoge lichten. Met andere woorden: de hoge lichten zijn de focus in deze stand.
De sluitertijd is één van mijn favoriete elementen. Met de sluitertijd kan je allerlei effecten creëren.
Bewegende objecten kun je bevriezen met een snelle sluitertijd of je kunt ze wazig maken met een langzamere sluitertijd.
De sluitertijd bepaalt de belichtingstijd op de lichtgevoelige film of sensor.
Als een foto onderbelicht is, heb je dus meer licht nodig. Zo kun je bijvoorbeeld een langere sluitertijd gebruiken om de foto goed te belichten.
De sluitertijd wordt aangetoond in fracties van een seconde.
De standaard sluitertijd is bijvoorbeeld 1/250ste of 1/125ste. Met deze sluitertijd kan zonder statief fotograferen.
Eén stap tussen twee tijden wordt ook wel een ‘stop’ genoemd. Wanneer je je sluitertijd verhoogt van 1/125ste naar 1/250ste, verhoog je de sluitertijd met ‘1 stop’. Je hebt tussen 1/125ste en 1/250ste ook nog 1/160ste. Als je de sluitertijd dus verlaagt van 1/250ste naar 1/160ste verlaag je de sluitertijd met een ‘halve stop’.
Voorbeeld 1: Lange sluitertijd = minder licht = meer beweging
Voorbeeld 2: Snelle sluitertijd = meer licht = bevriezen van object
De opdracht:
Hoe leer je fotograferen het best? Door meteen aan de slag te gaan natuurlijk!
Theorie en praktijk gecombineerd! Lekker de handen uit de mouwen dus!
Benodigdheden;
* Donkere omgeving
* Camera met geheugenkaart
* Statief of stevig punt waar je camera op kan staan.
* Lamp (bv. zaklamp, telefoonlamp of fietslampje)
Instellingen;
Stand: M (Manual)
Sluitertijd: 5 Seconden
Diafragma: f11
ISO: 125
Extra info:
Tijdens de opdracht ’schrijven met licht’ heb ik een sluitertijd aangegeven van 5 seconden.
Mocht dit bij jou iets afwijken, pas gerust de sluitertijd aan naar bijvoorbeeld 8 seconden.
Fotografie blijft een techniek die per locatie iets kan afwijken. Dit heeft onder andere te maken met de omgeving en andere omstandigheden.
Fotografie is afgeleid uit het Grieks en betekent ‘schrijven met licht’.
Na deze opdracht hebben jullie letterlijk ‘geschreven met licht’ en de eerste ervaring met fotografie opgedaan.
Een mooie opdracht om de techniek te leren kennen van fotografie.
Waar het licht zich begeeft (waar je schijnt met je zaklamp bijvoorbeeld) neemt de camera waar in jouw foto. De lichtgevoelige sensor schrijft deze informatie op de geheugenkaart en daardoor zien wij een foto op het scherm van de camera.
De ISO geeft de lichtgevoeligheid van je film of sensor aan.
Hoe hoger de ISO, des te minder licht je nodig hebt om een goede foto te kunnen maken. En andersom geldt dit ook.
Hierdoor zou je bijvoorbeeld een groter diafragma kunnen gebruiken als dat nodig is.
Ook met de ISO heb je te maken een ‘stop’. Van 100 naar 200 ISO is dus 1 stop. Hoe hoger de ISO, des te gevoeliger de sensor zal zijn. Hierdoor boost je de sensor als ware waardoor de sensor/film dus meer lichtgevoelig is.
Hoe hoger je de ISO waarde instelt, des te meer ruis dit oplevert in je foto. Dit gaat dus ten koste van de kwaliteit. Wees dus voorzichtig met hoe je omgaat met de ISO waarden op je camera. Tenzij iets anders nodig is, gebruik je normaal een ISO waarde van 100 of 200.
De opdracht:
Maak 2 foto's per perspectief.
* Ooghoogteperspectief
* Kikkerperspectief
* Vogelperspectief
Maak ook één of meerdere portret- of landschapsfoto’s met de regel van derden.
Experimenteer vooral met de standen van je camera. Om het iets makkelijker te maken kun je stand S of A gebruiken.
Zorg dat jezelf de controle hebt over het diafragma. Welke stand moet je dan gebruiken?
Zo kun je namelijk de scherpte en diepte zelf bepalen. Verder in de cursus leer je wat dit nu precies doet.
Altijd goed om er alvast mee in aanraking te komen. Voor nu ligt de focus vooral op het perspectief!
Mocht er weinig licht zijn, werk dan met een statief of stevige ondergrond waar de camera op geplaatst kan worden.
De regel van derden: houd de vlakverdeling goed in de gaten!
Succes!
Om een foto te maken heb je deze kennis nodig. Door een goed perspectief te gebruiken worden je foto’s mooier.
Er zijn drie soorten perspectieven;
* Kikkerperspectief
* Vogelperspectief
* Ooghoogte perspectief
Naast perspectief heb je ook de 1/3- en 2/3-vlakverdeling. Als je een foto maakt, houd hier dan rekening mee.
Zo kun je de horizon van het beeld op de 1/3 of 2/3 plaatsen en dan weet je dat je goed zit volgens de regel van derde.
Tevens wordt er in de regel van derde het beeld verdeeld in 9 gelijke vlakken. Door dit te doen creëer je ‘snijpunten’.
Gebruik deze punten / lijnen om bijvoorbeeld een object, zon of persoon in te plaatsen. Door deze regel te leren kennen heb je houvast aan een techniek wat je foto’s al snel een stuk mooier maakt.
Er zijn veel verschillende lenzen en elke lens heeft zijn eigen voor- en nadelen.
Je maakt gebruik van een ‘brandpuntsafstand’ die wordt weergegeven in mm.
Zo weet je dus welk effect de lens heeft: een 200 mm lens is bijvoorbeeld een Telelens.
* Macrolenzen
Met een macrolens leg je voorwerpen of details vast van dichtbij. Zo kun je bijvoorbeeld een mier of een blaadje in detail fotograferen. Met een macrolens fotografeer je 1:1. Je fotografeert dus op ware grote.
* Groothoeklenzen
Groothoeklenzen hebben een kleine brandpuntsafstand, bijvoorbeeld 28 mm.
Hierdoor heb je een groot en/of breed gebied dat je kunt vastleggen.
Een klein minpunt van een groothoeklens is dat er iets vertekening ontstaat aan de randen van je foto.
Hierdoor zijn dit soort lenzen vaak niet geschikt voor product- en portretfotografie.
Groothoeklenzen worden vaak gebruikt voor architectuur-, landschaps-, overzichts- en groepsfotografie.
Welke groothoeklenzen kiezen?:;
24 – 70 mm (Wordt gezien als een goede allround lens)
18 - 55 mm (Vaak de ‘kit lens’)
* Telelenzen
Met een telelens fotografeer je vaak met een grotere brandpuntsafstand. Zo kun je een voorwerp dichtbij halen.
Er zit dan ook vaak meer afstand tussen waar jij staat en waar het voorwerp zich bevindt.
Deze lenzen worden vaak gebruikt voor wild life, sport- en portretfotografie.
Welke telelenzen kiezen?:;
85 mm (ook wel bekend als de ‘portretlens’ onder de fotografen).
70 - 200 mm
300 mm
Zoom en prime lenzen;
Prime lenzen hebben een vast brandpuntsafstand (bijvoorbeeld 85 mm). Zoom lenzen kun je in- en uitzoomen (kiezen) tussen bijvoorbeeld 24 – 70 mm.
Extra tip:
Met een telelens krijg je eerder een wazige achtergrond. Dit ontstaat omdat je met deze lens meer scherpte en diepte kan creëren. Stel je fotografeert een portret en wilt de achtergrond onscherp hebben, dan werkt dit het beste met een telelens.
De oorsprong van fotografie!
Lightroom is een programma om foto's op een efficiënte manier te kunnen selecteren, vergelijken en te bewerken.
Zoals in de video word laten zien kun je met de volgende knoppen een selectie maken.
Selecteren van foto's:
Vlag een foto met: [ P ]
Delete je vlag met: [ U ]
Je foto's een rating geven kan met de getallen 0 t/m 5 op je toetsenboard.
0 is een geen rating of een rating verwijderen
1 is een lage rating en 5 is de hoogste rating wat je aan een foto kan geven.
Met de knoppen combinatie Control of command en [ + ] of [ - ] kun je in- en uit-zoomen.
Links boven in je scherm kun je zin hoeveel procent je bent in gezoomd, hier kun je ook de % invullen hoever je graag in- of uit-gezoomd je het beeld wilt bekijken.
Gefeliciteerd!
Breng je fotografie naar een hoger niveau! Met je nieuwe vaardigheden kun je straks foto's maken die je altijd al wilde maken.
Wat leer je in deze cursus?
Leer de basisprincipes van fotografie. Hoe geweldig zou het zijn om te kunnen fotograferen als een fotograaf en de controle over je camera over te nemen? Dat leer je in deze cursus! Deze cursus fotografie heeft een strategische structuur om alle basisprincipes van fotografie te leren.
Je krijgt toegang tot exclusieve video content, illustrerende animaties met extra uitleg,
individuele opdrachten om meteen jouw kennis en nieuwe vaardigheden toe te passen.
Kortom: je ontvangt een echt totaalpakket om next level te leren fotograferen!
Voor wie is deze cursus?
Deze les is geweldig voor een beginner die de camera en fotografie probeert te leren en te begrijpen. Je hebt alleen een DSLR of Mirrorless camera nodig.(Een smartphone/pocket camera is eventueel ook mogelijk) Het hoeft geen luxe camera te zijn! En het maakt niet uit of je geen of een beetje ervaring hebt, alle basics worden in deze cursus uitgelegd en helpen je om je fotografie naar een hoger niveau te tillen!
Met je nieuwe vaardigheden kun je foto's maken die je altijd al wilde maken.
Heel veel succes en bovenal plezier met het doorlopen van deze cursus! Zie ik je in de eerste les?
Roy Ensink