
Deze video legt uit wat AutoCAD is, waar je (als student) de software legaal kan downloaden en hoe je na installatie toegang krijgt tot de "getting started" video's en de algemene help.
In deze eerste kennismaking gaan we de manier van werken in AutoCAD leren kennen: navigeren (pan en zoom), de command prompt of command line, tekenen van lijnen en cirkelbogen.
We leren hoe we nauwkeurig kunnen werken door gebruik te maken van het tekenraster (grid en grid snap), de ortho(gonale) tekenmodus en van magnetische referentiepunten (object snap).
Tenslotte leren we het maken van evenwijdige copies (offset), verbinden van elementen met een fillet en afsnijden van elementen met trim.
We gaan de basistekening verder uitwerken en gebruik maken van Layers, de belangrijkste manier in AutoCAD om georganiseerd te werken.
Door objecten op layers te plaatsen, kunnen we de zichtbaarheid van grotere groepen objecten controleren, alsook de weergavestijl (vb. kleur of lijntype). Daarom is het ook essentieel dat de basisattributen van objecten ingesteld blijven op de waarde "ByLayer", zodat de toewijzing van een object aan een layer volstaat om de weergave te bepalen.
Om tekeningen op schaal te printen of uit te voeren, gaan we naar de Layouts.
Daarin krijgen we viewports die het model tonen en waar we de schaal expliciet kunnen instellen (vb. 1:100 of 1 mm op papier komt overeen met 100 mm in het model).
Als we een layout voorbereid hebben, kunnen we daarvan een print maken of de tekening exporteren in één van de ondersteunde formaten.
We tonen hoe we een PDF document kunnen maken van onze tekening.
Als we delen van een tekening meerdere malen willen gebruiken, maken we in AutoCAD gebruik van Blocks.
Dit zijn symbolen die je één maal creëert, waarna je ze onbeperkt kan plaatsen in het model. Iedere copie of "instantie" is identiek aan het origineel en als je de block-definitie wijzigt, worden alle instanties mee aangepast.
Niet alleen is dit handig, maar de tekening blijft op die manier beter beheersbaar en neemt ook minder geheugen in beslag.
Met Linetypes kunnen we stippellijnen, streeppuntlijnen en vele andere lijnsoorten tekenen.
Lijnen worden in de tekening geladen en dan gebruikt bij objecten. Je kan het lijntype toekennen per object, maar ook aan de gehele layer.
Vooral de schaal-factor is belangrijk om goed te configureren. De Global Linetype Scale (LTscale variabele) kan daarvoor gebruikt worden, zodat je in één keer alle lijnen in de tekening aanpast.
Invoegen van figuren (JPG, PNG, PDF en andere formaten) kan een goed hulpmiddel zijn om opmetingstekeningen, liggingsplannetjes of bestaande tekeningen over te trekken.
In AutoCAD spreken we van een "Image". In je tekening maak je een referentie naar zo'n extern bestand en je let er op dat de schaal correct wordt ingesteld, waarna je de figuur in de tekening kan tonen.
Je kan niet "snappen" naar pixels, maar met inzicht in de tekening kan je vrij correcte benaderingen maken van het origineel.
XRefs of eXternal References is een techniek om een tekening als onderlegger te gebruiken in een andere tekening.
Wijzigingen worden doorgegeven en je kan op die manier assemblages van meerdere tekeningen te maken.
Je kan tekeningen op deze manier ook zuiverder houden of een tekeningen herbruiken in meerdere documenten.
Dit document geeft een overzicht van de belangrijkste technieken om in AutoCAD plannen op schaal naar PDF te exporteren en hoe je omgaat met Arceringen, Lijntypes, Lijndiktes en Annotation Scale.
In deze lessenreeks maak je kennis met Autodesk AutoCAD, één van de meest populaire CAD Tekensystemen ter wereld.
Deze video's zijn bedoeld als een allereerste, korte introductie tot AutoCAD, in de context van tekenen van architectuurplannen. De focus ligt op een vereenvoudigde weergave voor een schetsontwerp.
De video maakt gebruik van AutoCAD 2013 voor Windows, maar kan gevolgd worden in alle recente AutoCAD versies die gebruik maken van de Ribbon interface.
AutoCAD is een erg uitgebreide software, maar doordat deze zo populair is, vind je veel boeken en lessen over deze software. Deze cursus probeert je op een efficiënte manier op weg te helpen, maar kan onmogelijk een volledige cursus vervangen.